InTenS

De studie Taalwetenschap in Nijmegen heeft, net zoals (bijna) alle andere studies, een eigen studievereniging, en dat is InTenS! InTenS staat voor In Taal En Spraak, de twee zaken waarin taalwetenschappers zich specialiseren. Doel van de vereniging is het behartigen van de belangen van haar leden in de ruimste zin van het woord. Dit varieert van het organiseren van gezellige activiteiten ter bevordering van de onderlinge contacten tot het regelen van vele praktische zaken. Als je wilt weten hoe InTenS precies werkt, kijk dan eens bij de commissies.

De naam InTenS bestond al jaren als studievereniging voor de opleidingen Spraak- en Taalpathologie (STP) en Taal, Spraak en Informatica (TSI). Deze opleidingen zijn in 2000 samen gegaan met Algemene Taalwetenschap (ATW) en Toegepaste Taalwetenschap (TTW) onder de noemer Taalwetenschap. InTenS, toen een vereniging in stilte, is begin 2001 door studenten Taalwetenschap nieuw leven ingeblazen. Eind 2003 zijn er statuten opgesteld en is InTenS officieel opgericht als vereniging.

Lees ook het stuk van Ad Foolen over de geschiedenis van InTenS, verschenen in de lustrumm’ntaal van 2013:

De (voor)geschiedenis van InTenS

Op de Website van InTenS lezen we het volgende over de geschiedenis van de studievereniging Taalwetenschap:

De naam InTenS bestond al jaren als studievereniging voor de opleidingen Spraak- en Taalpathologie (STP) en Taal, Spraak en Informatica (TSI). Deze opleidingen zijn in 2000 samen gegaan met Algemene Taalwetenschap (ATW) en Toegepaste Taalwetenschap (TTW) onder de noemer Taalwetenschap. InTenS, toen een vereniging in stilte, is begin 2001 door studenten Taalwetenschap nieuw leven ingeblazen. Eind 2003 zijn er statuten opgesteld en is InTenS officieel opgericht als vereniging.

Dat er nu in 2013 een lustrum gevierd wordt, heeft dus vooral te maken met de officiële status sinds 2003. In de eerste zin van het citaat wordt gezegd dat InTenS daarvoor ‘al jaren’ bestond, maar dan voor de opleidingen STP (Spraak- en Taalpathologie, later omgedoopt tot TSP, Taal- en Spraakpathologie) en TSI (Taal, Spraak en Informatica). In mijn stukje wil ik vooral proberen om de genoemde vage tijdsaanduiding  exacter te maken.

Om de (voor)geschiedenis  van InTenS goed te begrijpen, is het nodig eerst iets te zeggen over de voorgeschiedenis van de opleiding Taalwetenschap. Zoals in het citaat aangeduid wordt, is de opleiding Taalwetenschap ontstaan uit een fusie van vier kleinere opleidingen: TSI, STP/TSP, ATW en TTW. Als fusiejaar wordt 2000 genoemd. Wellicht zijn toen de eerst plannen gesmeed, maar de opleiding Taalwetenschap is toch pas in het studiejaar 2002-03 echt van start gegaan.

De start van Taalwetenschap als opleiding had te maken met de invoering van de bachelor-masterstructuur, die vanaf 2002 in Nederland ingevoerd werd, in vervolg op de Bolognaverklaring uit 1999. In die verklaring werd afgesproken werd dat het Europese hoger onderwijs voortaan volgens dit model ingericht zou worden, waardoor internationale vergelijkbaarheid en uitwisseling makkelijker zouden worden. Voordien waren er grotere verschillen tussen landen. Zo gold in Nederland sinds het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw de zogenaamde Tweefasenstructuur, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Tweefasenstructuur, een misleidende term, omdat de tweede fase, een onderzoekersopleiding na de vierjarige eerste fase, niet van de grond gekomen is. De eerste fase was nog weer onderscheiden in een eenjarige propedeuse en een driejarige doctoraalstudie. Sommige opleidingen hadden geen eigen propedeuse, en daartoe behoorden ook de taalwetenschappelijke opleidingen in Nijmegen. Dat waren zogenaamde kopstudies. Je kon pas na een propedeuse in een andere opleiding, meestal een taal of wiskunde, of na een HBO-opleiding, aan de doctoraalstudie beginnen. Directe werving op de middelbare school voor ‘ons soort’ opleidingen bestond toen dus niet.

Als we dan toch bezig zijn terug te gaan in de tijd, dan moeten we ook nog even de situatie aanstippen zoals die vóór de tweefasenstructuur bestond, zoals die was in de tijd dat ik zelf studeerde. De universitaire studie was ingedeeld in een kandidaats- en een doctoraalfase. Bij de talen duurde de kandidaatsstudie drie of vier jaar, waarna nog een tweejarig doctoraal volgde, die leidde tot de titel doctorandus, afgekort als drs. De opleidingen TSI, STP en TTW bestonden toen nog niet, je had alleen ATW, Algemene Taalwetenschap. Dat was dus een kopstudie, die je pas na een kandidaats in een taal kon gaan doen. In 1985 is TSI als opleiding van start gegaan, STP was er al wat eerder, en TTW is nog weer wat later ontstaan, als afsplitsing van ATW.

De opleidingen in iets taalwetenschappelijks, niet specifiek gericht op één taal, hebben dus de afgelopen 30 jaar nogal wat herstructureringen doorgemaakt.  Nadat in de jaren 80 vooral de nadruk lag op het ontwikkelen en profileren van vier verschillende opleidingen, is na 2000 de nadruk komen te liggen op samenwerking, zowel in onderwijs (één opleiding) als in onderzoek. Vermeld kan nog worden dat TSI in 1985 een eigen propedeuse kreeg en daarmee een volledige opleiding werd, terwijl de andere drie opleidingen als kopstudies zonder eigen propedeuse bleven voortbestaan. Tot 2002 dus, toen met de fusie er een propedeuse voor Taalwetenschap als geheel kwam.

Nu terug naar de geschiedenis van InTenS. TSI, STP, ATW en TTW waren in de jaren 80 niet alleen verschillende opleidingen, ze waren ook in verschillende afdelingen (toen vakgroepen genoemd) ondergebracht. TSI en STP waren ontwikkeld vanuit de vakgroep Taal en Spraak. In de herfst van 1991 hebben de studenten van die twee opleidingen de ‘vakgroepverening’ InTenS opgericht. De naam was bedacht door Peter-Arno Coppen, die toen bij de vakgroep Taal en Spraak werkte. De aandachtige lezer zal een zekere spiegeling tussen de naam van de vakgroep en die van de nieuw opgerichte vereniging zien. Er werd ook meteen met een ‘Nieuwsbrief’ gestart, die de naam inFormanT kreeg, en waarvan het eerste nummer in december 1991 van de persen rolde. Het zal duidelijk zijn dat we hier te maken hebben met een voorloper van m’n taal. Dat in het nu voorliggende jubileumnummer een interview met Lou Boves staat, laat zien dat er ondanks alle veranderingen er door de tijd heen toch ook van continuïteit sprake is: het eerste artikel in inFormanT betrof een interview met dezelfde persoon.

In het citaat waarmee ik dit stukje begon, valt te lezen dat InTenS rond de eeuwwisseling een vereniging in stilte geworden was. Wellicht was het de op handen zijnde fusie van de opleidingen die tot nieuw leven heeft geleid. Hoe dat precies verlopen is, laat ik graag aan andere geschiedschrijvers over. In ieder geval stel ik vast dat sindsdien er steeds leven in de intense brouwerij gebleven is, zoals ik zelf regelmatig kan vaststellen als buurman van deze vereniging op de 9e verdieping. Lang leve InTenS!

 

Ad Foolen (met dank aan Peter-Arno Coppen, zonder wie deze geschiedenis een stuk minder precies zou zijn uitgevallen)